 |
 |
 |
|    1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   >   >> |
 |
 Growing up and cleaning up
Zezunja's Zorgelijkheid
|
06 Oktober 2006 | 11:00:31
 |
|
1. Als je ouders bij jou komen logeren in plaats van andersom, dan word je pas echt oud.
2. Ik ga dus de rest van de dag even flink schoonmaken.
3. Noot voor mijn moeder: nu weet je dus dat het hier niet altijd zo schoon is.
4. Als je het al schoon vindt. |
|
|
 |
 Ober!
Zezunja's Zorgelijkheid
|
25 September 2006 | 21:33:57
 |
|
Er zit even een vlieg op het leven.
Nog een ogenblik geduld dus. |
|
|
 |
 Waar hij het gore lef vandaan haalt om mij 'n avond alleen te laten
Zezunja's Zorgelijkheid
|
07 September 2006 | 11:05:08
 |
|
Claimerig gedrag in een relatie is dus echt het ergste dat er is. Verschrikkelijk. En dus vind ik het een klotestreek dat mijn vriendje vanavond met zijn beste vriend gaat stappen. Echt gemeen.
Want ik ben dan natuurlijk gedoemd om zelf mijn volgesnotte zakdoekjes achter mijn kont op te ruimen. En hem te vervloeken door satéprikkers in zijn pasfoto te jensen. En ik kan natuurlijk niks leuks doen, want ik ben ziek. En ik kan niemand bellen om te vertellen wat een vreselijk kuttig vriendje ik heb, omdat bij elk telefoontje naar Nederland mijn beltegoed na twee minuten op is. Skypen is ook onmogelijk, want mijn computer heeft de blauwe DOS-schermen als definitieve huisstijl gekozen en dat praat wat lastig. Verder ken ik hier niemand die ook maar enigszins zit te wachten op een bezoekje aan dat arme, zieke, verlaten, allochtoonse meisje. En tot overmaat van ramp lijkt het beltegoed van mijn vrienden ook voortdurend op, of ze zijn allemaal mijn nummer kwijt, want het is al tijden akelig stil hier. Remi, eat your heart out!
En dus vond ik het gisteren hoog tijd om eens stennis te schoppen, want kijk, je kunt wel in je uppie in je zweterige slaapzak bij de zoveelste herhaling van Dr. Phil een potje gaan zitten wenen, omdat jouw vriendje jou óók zo ruw in de steek laat, maar daar heeft niemand iets aan. Dat leidt alleen maar tot pathetisch de kat op schoot trekken en dan roepen dat hij de enige is die nog van je houdt. Om vervolgens te zien dat hij gelijk weer van je schoot springt. Daarbij moet je de shit laten waar-ie vandaan komt, dat is mijn levensmotto. En dus dient mijn vriendje toch op zijn minst te beseffen wat hij mij aan doet.
Mijn tactiek: midden in de nacht de kwestie aanzwengelen. Het feit dat hij 's ochtends moet werken en door mijn gehoest sowieso al slaapgebrek heeft, is geen factor van belang. Het feit dat hij het in zijn hoofd haalt mij op een dieptepunt in mijn leven zo te laten zitten - hoe durft-ie!, is dat wel. Uiteraard.
Dus eerst hoestte ik hem wakker, vervolgens trok ik een stuk dekbed van zijn kant naar mij toe, want hij had nog wat droge stukjes en aan mijn kant was het de hoogste tijd om te hozen. En daarna beet ik hem toe dat als ik dan geen stukje dekbed van hem mocht, ik verder wel beneden zou gaan slapen.
Maar toen ik rillend op de trap stond, vond ik dat-ie er toch wel erg makkelijk vanaf kwam. Hij zijn dekbed terug én zijn nachtrust en ik alleen beneden op de bank met een droge hoest, een slaapzak en Vitaya-nacht-tv. Dat vond ik een uitermate oneerlijke verdeling van de buit. Dus ik deed de slaapkamerdeur nog eens open en siste heul onderkoeld -kuch- allerlei dingen in de trant van 'gelukkig zien we elkaar morgen de hele dag niet' en 'maar dat kan jou toch niks schelen' en 'want als het je wel wat kon schelen, dan hield je me nu tegen' en 'maar ook dat kan je natuurlijk niets schelen' en 'want je gaat morgenavond ook gewoon stappen' en nog zo wat van die dingen.
Uiteindelijk mocht het natuurlijk allemaal niet baten, want zo zijn mannen. En natuurlijk heb ik de hele ochtend zitten broeden op een drama-act die hem zou doen beseffen in welke afgrond hij mij stort. Want hij moet voelen wat ik voel, zo zijn vrouwen. Dus ik wikte en ik woog. Ik kan hem natuurlijk de hele avond gaan lastigvallen met sms'jes van het kaliber: waar ben je?/ wat doe je?/ hebben jullie het WEL leuk?/ hoe laat kom je thuis?/ zo laat?/ nou dan zie ik je wel weer 'ns. Maar dat zou pas op het moment zelf effectief zijn. Ik lijd hier al dagen aan, dus voor overdag moest er toch ook iets zinnigs te bedenken zijn.
Maar ik kwam er niet uit. Ik zou hem de hele dag willen negeren, zo van: jij hebt mij niet nodig? Dan ik jou ook niet. Maar dat gaat niet, want hij is niet thuis. Of ik zou hetzelfde willen terugdoen: jij stappen? Dan ik ook, maar dan véél later, leuker en dronkener. Én flirten met vijf mannen tegelijk. Maar dat gaat ook niet, want ik ben ziek en zou bij God niet weten met wie ik het waar leuk zou kunnen hebben.
Dus voor mij zit er niets anders op dan mij vandaag opnieuw te wentelen in de diarree van dag-tv. Car Booty, To buy or not to buy, Homes under the hammer, twintigduizend herhalingen van het journaal en van de programma's die ik gisteravond al heb gezien. Ik kan natuurlijk ook nog een potje janken, maar dan moet ik wel zorgen dat ik dat doe vlak voordat-ie thuiskomt, zodat-ie mijn huilwallen en de rode neus nog kan zien, anders is zelfs dát zinloos. En tegen het eind van de avond kan ik hem dan nog een sms te sturen met de mededeling dat claimerig gedrag het ergste is dat je je geliefde kunt aandoen. |
|
|
 |
 I'm dreaming of een wijkagent
Zezunja's Zorgelijkheid
|
04 September 2006 | 10:02:58
 |
|
Een foto omdat geen plaatje zo zou opvallen. Maar eigenlijk heb ik geen inspiratie.
Ik wacht op de wijkagent die moet bevestigen dat ik hier woon
Schattig hoor, dat gegeven van zo'n wijkagent die komt koffiedrinken. Ik had laatst ook al een gesprekje met de postbode die mij precies vertelde hoe lang wij ten onrechte de krant niet hadden gehad: een maand. Hij wist alles, so we're being watched. Beetje jammer alleen dat je maar tweehonderd kilometer naar het zuiden hoeft te reizen om verstrikt te raken in mañana-mañana.
Ik wacht op de dag dat ik de wijkagent op bezoek heb gehad (mañana misschien?) en ik eindelijk mijn ziektekostenverzekering hier kan afsluiten en mij kan ontdoen van een heel nare hoestgriep waar ik mijn buikspieren zodanig mee train dat elke personal trainer zou zeggen dat een rustdag mij goed zou doen
Ik wacht op mijn nieuwe computer (klik) waardoor u niet telkens zo lang hoeft te wachten op een nieuw stukje
En verder heb ik dus een hoestgriep en spring ik nu weer terug in bed, na een nacht van zes uur hoesten en twee uur slapen. Ik hoop dat de wijkagent mij wakker belt. |
|
|
 |
 De teloorgang van mijn eigendunk
Zezunja's Zorgelijkheid
|
17 Augustus 2006 | 11:43:31
 |
|
Ik verkeer in een soort vacuüm.
Ik woon in een prachtig huis, ik heb het liefste vriendje ter wereld (jaja, die heb ík) en
ik heb zoveel hobby's dat ik vermoedelijk niet eens de tijd heb om al mijn
hobby's nog fatsoenlijk te beoefenen in dit leven, en toch lijk ik elke
dag weer in een vacuüm te belanden. Dat heeft te maken met werk. Volgende
week krijg ik voor het laatst mijn salaris van de School voor
Journalistiek in Utrecht en daarna ben ik werkeloos.
Op
zich is dat niet zo'n punt: ik hou sinds ik hier woon van het
huishouden. Dat komt omdat het zo'n groot huis is, dat is fijn
keutelen.
Er is altijd wel iets te doen waar het huis mooier, groter en leuker van
wordt en dat geeft mij dan weer een kick: het huis mooier, groter en
leuker maken. Maar ik moet wél werk zoeken. Met ons
uitgavenpatroon is één kostwinner ondenkbaar en Yuri zou vast
stikjaloers worden als ik zou besluiten de rest van mijn leven eens
lekker te gaan keutelen.
Kortom: ik zoek
elke ochtend werk. Alleen's ochtends, want anders word ik grumpy
en
ik ken mezelf, als ik zo'n project acht uur per dag ga doen, dan neem
ik de nacht nog even mee. Dan gaan de raderwerken 's nachts volle bak
door
en dan draait het leven alleen nog maar om iets dat niet lukt: werk
vinden. Door alleen 's ochtends (de voormiddag zoals ze dat hier
noemen) te werken, voorkom ik dat ik het idee krijg dat ik geen knip
voor mijn neus waard ben. Daarmee zorg ik dat ik elke dag ook nog iets
doe dat wel lukt, 's middags. Zo heb ik gisteren alle boeken op
alfabet gezet, wat ik vorige week al had gedaan met alle
cd's en dvd's (Yuri heeft er duizenden, en dan overdrijf ik niet).
En daardoor eindig ik de dag toch nog vaak met een trots gevoel en dat
is
belangrijk voor me.
Ik
had niet verwacht dat het zo moeilijk zou zijn om werk te vinden. Okee,
okee, ik ben kieskeurig, maar dan nog: ik had verwacht zo tegen eind
augustus wel een fijne job in een jong en dynamisch bedrijf te vinden,
maar helaas.
Bekentenis:
ik had een behoorlijk hoge dunk van mezelf. Al sinds het begin van mijn
werkzame leven word ik geprezen om wat ik doe. Ik was de jongste docent
Journalistiek van Europa, ik moest schrijfopdrachten van twintigduizend
euro afzeggen omdat ik te veel werk had, iedereen vond me leuk,
aardig, bijzonder en goed en iedereen wilde me hebben. Maar dat
was vroeger, in Nederland.
Hier
is alles anders. Misschien was het ook wel dom om te denken dat
het gemakkelijk zou zijn, ik heb immers maar een paar echte specialisaties,
waarvan de belangrijkste welzijn en onderwijs zijn. Dat zijn typisch zaken die ik
niet één op één naar Vlaanderen kan vertalen. Welzijn en onderwijs zijn
hier totaal anders georganiseerd, ik ken geen mensen meer op die
terreinen, in mijn hoofd zit geen enkele organisatie die ik zou kunnen
bellen voor verhalen over die onderwerpen en ik heb geen flauw benul
hoe bijvoorbeeld de jeugdzorg hier geregeld is. Kortom: zeg maar dag
met je handje tegen mijn specialismen en mijn netwerk.
Daarnaast
ben ik generalist, zoals elke journalist met een opleiding, we
worden immers opgeleid om overal te kunnen werken en om overal over te
kunnen schrijven. In Nederland, welteverstaan, want mijn algemene
ontwikkeling is hier van het niveau likmevestje. Ik heb geen Vlaams
historisch besef, nog nauwelijks sjoege van wat er speelt en waarom, en ik heb nul netwerk. Kut dus.
Op
zich mag ik niet klagen: mijn sollicitatiebrieven liggen goed in de
markt en ik kom vaak vrij ver in het sollicitatietraject, maar mijn
tegenkandidaten kunnen vaak net iets beter Frans, weten meestal meer
van de regio en hebben doorgaans meer kijk op wat voor Vlaanderen
belangrijk is. En bij solliciteren is 'bijna maar niet helemaal' geen
resultaat om over naar huis te schrijven. Bij solliciteren is het alles of niets.
Vandaar
en daarom dus dat vacuüm. Gelukkig heb ik veel zitvlees en
doorzettingsvermogen, en gelukkig heb ik ook veel goede plannetjes. Dus
als plan A niet werkt dan heb ik altijd nog plan B t/m Z in de kast
liggen. Maar mijn eigendunk daalt met de dag en ik sta steeds vaker op
met een gevoel van where de fuck ga ik vandaag mijn motivatie weer vandaan halen.
Morgen
ga ik naar Lowlands en maandag reis ik door naar een fijn huis op
Ameland waar ik met mijn ouders, mijn zus, haar man en mijn lieve
nichtje en neefje een paar dagen vakantie zal vieren. Helaas moet ik
Yuri dan vier dagen missen, maar voor het overige ben ik blij dat ik
mijn dagelijks terugkerende vacuüm even in België kan achterlaten.
Het kan raar lopen met zoiets als eigendunk. |
|
|
 |
 Perfecte pasvorm
Zezunja's Zorgelijkheid
|
10 Augustus 2006 | 16:01:50
 |
|
(klik voor groter)
Dus
dan heb je een kattenluikje en een kat die daar qua vorm perfect
doorheen past. Maar hoe krijg je die kat vrijwillig door dat luikje
als eten, spelen en lieve woordjes geen effect hebben?
En voor wie het was vergeten: ik- heb - een - poezenlog, klik. |
|
|
 |
 Van zo'n enorme klavervier had ik wel wat meer verwacht
Zezunja's Zorgelijkheid
|
04 Augustus 2006 | 12:35:29
 |
|
De klavervier (klik voor groter).
Dat je dingen kwijtraakt als je
verhuist, hoort erbij. Dat komt vanzelf wel weer goed als je eenmaal alle dozen
een keer hebt geopend of uitgepakt. En zelfs als dat niet afdoende
blijkt, zijn er maar een paar dingen écht belangrijk: sleutels,
geld en paspoort.
Dus u raadt het al: het begon met mijn paspoort. Twee weken lang waande ik 'm verloren. An sich
niet zo'n punt - leve Schengen! - maar wel onhandig als je een huis moet
verkopen. Twee weken lang werd ik met de dag zenuwachtiger, want
WAT als ik 'm niet zou vinden? Hoe moest ik dan in hemelsnaam de
notaris overtuigen dat ik het ben die mijn huis verkoopt?
Tot
ik zomaar ineens mijn gezond verstand gebruikte - hoera, een helder moment. Mijn
paspoort had ik op de dag van de verhuizing in een klein tasje in een groot tasje gestopt. En jawel: in de logeerkamer lag het kleine tasje en in één van de 420 vakjes zat mijn paspoort. Olé. One down, many to go. Maar dat wist ik toen nog niet.
Een
week later wist ik het wel. Yuri en ik waren naar Amsterdam geweest om
mijn te-verkopen-huis van top tot teen te schrobben. Daaraan vast plakten
we nog een dagje Amsterdam, we zijn immers vanaf deze zomer toerist en
dat moest gevierd worden. Rugzakje op, rondvaartboot, koopzondag,
terrasje. En prompt was ik zondag aan het eind van de middag mijn
portemonnee kwijt. Ik had mij iets te veel in de rol van toerist
ingeleefd, zullen we maar zeggen.
Flipperdeflip, want er zou net die
week een hoop geld gestort worden en zonder pasjes is het moeilijk geld
afhalen in het buitenland. En zonder geld is het moeilijk
handdoekhaakjes, kattenluikjes, Lowlands-kaartjes en electradraad
kopen. Terwijl het leven daar toch om draait, niet?
Ik
blokkeerde als de wiedeweerga al mijn pasjes, lulde een stuk of wat
conducteurs omver, zodat we zonder kortingskaarten terug konden reizen
op een retourtje dat met een heel scala aan kortingskaarten gekocht
was. En de rest van de week wachtte ik op de duplicaatpasjes die
volgens de Postbank binnen een paar dagen op de deurmat zouden liggen,
'maar omdat het naar België moet, kan het iets langer duren'. Dûh.
Het
leven zonder paspoort was een al beetje neurotisch, maar het leven zonder bankpasjes was echt een waar
afkickproces. Werkelijk bij elke gedachte (misschien kan ik nu even die
cartridge kopen, dan kan ik die laatste foto's voor aan de muur printen,
misschien
kan ik nu even die hoes van de bank naar de wasserette brengen,
misschien kan ik nu even die fiets laten repareren) moest ik me opnieuw
realiseren dat de mogelijkheden zich beperken tot gratis en voor niets.
En dan blijkt dat je voor elk klusje nog wel minimaal één aanschaf moet
doen.
Een dag of vier nadat ik mijn
portemonnee kwijtraakte, ontving ik een brief van de Postbank, of ik
zet-es-em contact wilde opnemen. Ik belde en kreeg te horen dat mijn
portemonnee was gevonden in de Hema op de Nieuwendijk, met alles er nog
in. Ik, de koe, was 'm dus gewoon kwijtgeraakt. U moet weten: ik vind gerold zijn
altijd net iets beter voor je ego.
Even
iets anders: van
mijn zus kreeg ik een paar weken geleden een klavertjevier van het
kaliber klavervier. En
die doet het wel, maar hij doet het dus niet. Met andere woorden: hij is
nogal uit de kluiten gewassen (ongeveer twintig keer zo groot als ik
had verwacht) en hij bloeit, maar tegelijkertijd word ik achtervolgd
door pech en stupiditeiten. Kijk, ik geloof natuurlijk niet in
klavertjesvier klavertje(s)vieren en visioenen, maar toch, van zo'n enorme klavervier had ik wel iets meer verwacht.
En omdat dit wel een erg lang verhaal gaat worden: cut!
Voor meer
over de sleutels (paspoort - geld - sleutels, remember?), de
visioenen die in de vorige alinea ineens
opdoken en waarin ik natuurlijk niet geloof en mijn geluk in de liefde
en pech in het leven moet u maar even wachten op het volgende stukje.
Als alles goed gaat, wat op zich een wonder zou zijn dezer dagen, volgt
de rest spoedig.
Wordt vervolgd. |
|
|
 |
 Hoe er ineens krekels waren en dat dat soms gewoon niet tof is
Zezunja's Zorgelijkheid
|
29 Juli 2006 | 13:15:53
 |
|
Het was een paar dagen geleden dat Yuri en ik aan de picknicktafel achterin de tuin zaten.
'Eigenlijk vallen die krekels mij nu pas op', zei Yuri.
'Krekels?' Ik had in al die weken nog geen krekel gehoord.
'Ja, dat is toch uniek, dat je midden in de stad zoveel krekels hoort?' Yuri trok een gelukzalig gezicht.
'Maar ik hoor helemaal
geen krekels!' Mijn maag trok samen van jaloezie.
Het vakantiegevoel in
ons eigen huis was al vanaf het begin overweldigend. De tuin die door
het enorme raam naar binnen komt, de woonkeuken die zich door het enorme
raam uitstrekt. Het heuveltjes fietsen en kasseitjes lopen.
Tot diep in de nacht in je zwembroek sigaretjes roken in een decor van
zwierende vleermuizen en kerktorens die zich tegen een nauwelijks
donkere sterrenhemel aftekenen. En alles ruikt als Frankrijk.
Ja, die krekels zouden het helemaal afmaken.
Als ik ze zou horen.
'Je houdt me voor de gek hé?', vroeg ik.
'Nee, echt niet. Hoor je ze dan niet?' Yuri trok opnieuw een gelukzalig gezicht.
'Nee. Ik hoor alleen een brom. Heel ver. Van een aggregaat of zo.'
Shit.
Plotseling begreep ik het: ik was te oud. Oude mensen horen hoge
tonen niet en ik was met mijn miezerige 32 jaar al te oud om krekels te
horen. Fuk, shit, kut. Dat is balen.
Yuri, die even oud is als ik, en een mazzelkont, bleef gelukzalig kijken en ik probeerde te vergeven en te vergeten.
Een paar dagen later zaten we in het
schemerdonker een sigaretje te roken. Ik mijmerde wat en focuste niet.
En ineens hoorde ik ze. Luid en duidelijk. Ik voelde me in één klap
tien jaar jonger. En nog meer op vakantie.
Maar toen werd het ugly.
De volgende dag voelde ik me namelijk nóg meer op vakantie, maar op een
manier die ik me herinnerde van de Canarische
Eilanden toen de kakkerlakken ter grootte van een aansteker zich met
duizenden tegelijk als blaadjes uit de bomen lieten vallen. Of toen ergens in de Franse bush naast mijn tent een kip door een vos werd verslonden. Een vakantiegevoel waarbij 'gelukkig mag ik over een paar
weken weer naar huis' de boventoon voert. Een onhandig gevoel als je al thuis bent.
Het kwam namelijk zo: op het
terras lag een hoofd. Van een beest. Met voorpoten. En iets verderop
een lijf. Van hetzelfde beest. Met achterpoten. En vleugels. Het was
een krekelachtig beest. En o my fucking god: het was gróóót!
Het
beest was dood. En in twee stukken. Vermoedelijk het werk van de
katten, die klein beginnen alvorens ons muizen en vogels als
diner te serveren.
Tsja, en toen moest ik dus even
slikken. En doen alsof het heel gewoon was. Want er was geen sprake van
'naar huis gaan'. Dit was thuis. Get used to it.
Ik betrapte mezelf erop dat ik me al aan het voorbereiden was op zo'n
beest in bed en wat ik zou doen. Gillen waarschijnlijk. En Yuri
roepen. En zeggen dat ik naar huis wil. En wel nu!
Maar
goed, inmiddels is de rust weergekeerd, zitten de resten van het beest
in een potje en gaat het vakantiegevoel naar hartelust door. Maar als
ik 's avonds de krekels hoor, omdat ik kennelijk toch nog niet zo oud
ben, dan moet ik mijn best doen om niet enorme silhouetten op de muur
te projecteren. En dan stop ik, hoe warm het ook is, mijn laken 's
nachts net iets strakker in. En dan neurie ik heel zachtjes in Yuri's
oor: 'En we gaan nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet...'.
(klik op de foto voor groter, de 2 euro-munt ligt erbij als schaalaanduiding) |
|
|
 |
 Yuppen zijn net studenten
Zezunja's Zorgelijkheid
|
14 Juni 2006 | 16:23:16
 |
Hoek Dusartstraat/Eerste Jan van der Heijdenstraat, 2004.
Yuppen zijn net studenten.
Egoïstisch, luidruchtig, omstreden en overheersend. En ik kan het
weten, want ik woon met ze in één buurt en heel soms laat ik de
gedachte toe dat ik er zelf een ben. Maar dat is soms, en niet nu, dus
voorlopig woon ik er alleen tussen.
Toen
ik hier ruim zestien jaar geleden voor het eerst kwam wonen, waren er
alleen wat yuppen rond het park. En aan de Hemonylaan. De Gerard Dou
was grotendeels dichgetimmerd, de Ferdinand Bol eindigde nog in de
troosteloze kolos van Heineken en op de Albert Cuyp moest je vooral
niet naarboven kijken.
Hoe
anders is het nu. De stokrozen in de geveltuintjes zijn niet aan te
slepen, alleen de meest doorwinterde krakers winden zich nog op over
woningsplitsing en de voertaal op straat is Pools. Dat laatste is een
teken van verbouwing. En verbouwing is een teken van welvaart. En
welvaart trekt meer welvaart. Yuppen trekken meer yuppen. Simpel.
En hoewel ik liever geveltuintjes in de straat heb dan panden vol junks, en liever
naast Sophie Hilbrand woon dan naast de alcoholische buurman in de
Govert Flinck, loopt het wel een beetje de spuigaten uit.
Want yuppen zijn net studenten. Met die
Polen van ze kunnen ze ongelooflijk
veel lawaai produceren. Op tamelijk on-Christelijke tijden. En
dat doen ze dan om-en-om. Eerst de ene buurman, dan de andere, dan de overkant, dan
boven, 't Is nooit stil. Iedereen heeft geld, dus er is altijd wel weer
ergens een Pool op luidruchtige wijze een fundering, een uitbouw
of een woningsplitsinkje in elkaar aan het timmeren.
Verder
zijn yuppen egoïstisch, onverschillig en overheersend. In elk geval de
Pijp-yuppen waar ik door word omringd. Zoals mijn Finse bovenbuurvrouw (klik).
En de meneer-met de-ik-weet-niet-hoeveel-investeringsmaatschappijen (klik)
die daar weer boven woont. En zelfs de arty-farty aardige onderburen
hebben lichtelijk schijt aan mij en de mijnen. Met als voorlopig
hoogtepunt in het yuppen-zijn-net-studenten-verhaal mijn Finse
bovenbuurvrouw die giechelend niet opendoet als ik haar kat kom terugbrengen (gisteren, klik).
Vandaag
over een maand zit ik lang en breed in mijn tuin, elders, ver van de
Pijp-yuppen met hun bakfietsjes, hun kunst voor de ramen en hun
Praxis-Polen. Ik zal denken aan de huisjes waar ik woonde, vier in de
Pijp, één op de grens van de Pijp. Aan de school waar ik op zat,
eveneens op de grens van de Pijp. Aan de vrienden die ik had, waarvan
velen inmiddels ook de Pijp uit zijn (altijd weer even maken, die grap)
en dan, goddamn,
dan ga ik die yuppen zó missen. En dan zal ik zo blij
zijn dat ik daar tenminste nog in een stad ben gaan wonen met heel veel
luidruchtige, egoïstische, overheersende en omstreden studenten. |
|
|
|    1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   >   >> |
|
|
|
| 
|