zezunja.punt.nl
 
 
Lieve vriend,
 
Foto! Foto! Foto! 
 
En verder is het goed met me. Ik ben nog hartstikke werkeloos, spreek met de dag beter Frans, haat huizen met zeven kamers op het moment dat je ze moet schoonmaken, kijk alle afleveringen van Six Feet Under achter elkaar (bij gebrek aan seizoen 6 van The Soprano's), moet soms heel hard huilen omdat ik me soms best eenzaam voel, vind het fijn dat mijn ouders zich hier dit weekend bij hun eerste bezoek erg thuis voelden, kan vrijwel alle Vlaamse dialecten en accenten inmiddels zonder tolk verstaan ('gaajetnenieleschoanefrak, zulle'), snak naar een jointje, solliciteer me een ongeluk, ga volgende week netwerken in het Europees Parlement, mag op 22 november stemmen via internet, heb een attest van immatriculatie, wat zoveel betekent als dat ze me voor 18 februari niet het land uit zullen gooien, ben nog dagelijks verliefderig, voel me soms veel te afhankelijk, vind Leuven leuk, maar te veel studenten is ook niet alles, en mis niettemin bijzonder weinig. 
 
Ga je op 9 november naar de reünie van de SvJ? Heb je zin om samen te gaan? Heb je zin om samen eerst iets te eten? Heb je als je niet gaat toch zin om die avond samen iets te eten?
Hoe dan ook: no hard feelings.

Hoe is het met jou afgezien van je haartooi, zoals ze dat hier noemen?
Liefs, kussen,

Zezunja

PS. Vind je het goed als ik deze briefsgewijze opsomming ook op mijn webzijde pleur? Ik vind 'm bij het nalezen ineens best treffend. 
 
(Van een heel andere orde: iedereen kan hieronder nog een gokje wagen tot vanavond twaalf uur. Er ligt een prijs in het verschiet.)
Lees meer...   (12 reacties)
 
 
Bluffen is mijn tweede natuur. Ik ben een pokeraar pur sang. Ik kan alles terwijl ik niks kan, en ik durf alles terwijl ik niks durf. Het begon al toen ik het huis uitging. Op mijn zestiende officieel. Ik wist nauwelijks hoe je koffie moest opschenken en waartoe een sofinummer diende, maar ik moest en zou het verder allemaal alleen gaan doen.
 
Of toen ik journalistiek ging studeren. Geen haar op mijn hoofd die de moed had bekende mensen te gaan interviewen, maar ik belde (onder meer) Wouke van Scherrenburg, interviewde haar voor een artikel van acht pagina's en sleepte een serieus compliment van haar in de wacht.
 
En toen ik naar Zuid-Frankrijk afreisde (klik): grote bluf. Ik maakte afspraken met de kopstukken van Front National (FN) en van andere partijen, deed alle interviews in het Frans en liet me niet intimideren door FN-knokploegen die in mij een Algerijnse zagen. Waar ik het vandaan haalde, weet ik niet, maar ik liet ze een poepie ruiken.
 
En mijn meesterwerk tot nu toe: het mailtje naar Yuri (klik). Een waanzinnig leuke weblogger over de landsgrenzen, Valentijnsdag, een mail en hoppa: in the pocket.
 
Tot ik twee weken geleden een instaptoets Frans deed. Even voor de duidelijkheid: de hiervoor genoemde reportage over FN was überbluf. Ik begreep alles, maar dat de mensen mij begrepen, kwam door een grote mate van welwillendheid hunnerzijds. Mijn Frans is schabouwelijk, maar effectief, zullen we maar zeggen. Na ettelijke sollicitatiegesprekken de afgelopen maanden, die deels in het Frans plaatsvonden, besloot ik: ik wil goed Frans kunnen spreken. Niet winnen of verliezen op mijn pokerface, maar winnen of verliezen op de goede kaart in mijn hand.
 
Dus ik deed een instaptoets, in een lokaal, op een computer. Het drong in eerste instantie nog niet zo tot me door. Ik las iets over raden, en dat je dat niet moest doen. Duh, dacht ik. Maar toen de test begon, stond het er nog steeds in rood bovenaan: niet raden! Ik besloot toch maar even terug te gaan naar de paragraaf over het niet raden. Het kwam erop neer dat een verkeerd antwoord zwaarder werd bestraft dan 'ik weet het niet'. Dus als je een antwoord niet helemaal zeker wist, moest je 'ik weet het niet' klikken.
 
Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Bluffen is nou eenmaal mijn tweede natuur. Ik kreeg honderd vragen van het kaliber: hiernaast staan vier ingrediënten en vier recepten. Welk recept kun je met deze ingrediënten niet maken? En dan las ik de recepten en dan vroeg ik me af: is dat ook een ingrediënt of is dat iets als 'een snufje' of zo? En dan las ik het nog eens en dan streepte ik wat mogelijkheden weg en vervolgens hield ik dan twee antwoorden over en ja, dan was het me dus een eer te na om 'ik weet het niet' te klikken. Fokking hel, ik weet dan wel niet helemaal zeker, maar toch wel bijna zeker!
 
Nou ja, zo ging het dus bij minstens de helft van de honderd vragen. Ik dacht voortdurend: volgens mij moet dat antwoord c zijn. Fout! Ik moest denken: ik weet het niet! En dat kon ik dus niet. Soms wist ik het écht niet en dan kon ik het wel opbrengen om 'ik weet het niet' te klikken. En soms wist ik het zeker. Dat was fijn.
 
Maar men heeft mij zwaar bestraft. Bluffen in de test betekent dat je er de ballen van kunt. Terwijl dat wel mee blijkt te vallen. De Taiwanees, de Litouwse, de Russische, de Finse, de twee Spanjaarden en de Nigeriaanse in mijn klas zijn duidelijk van een niveau lager. Alleen die twee Vlamingen en die Braziliaanse zijn vermoedelijk uit hetzelfde hout gesneden. Die hebben zich evenzeer door die test heen gebluft, met alle gevolgen vandien.
 
En wat hebben we hiervan geleerd?
1. Dat een snufje une pincée is
2. Dat ik zelfs van een te laag niveau Frans nog een hoop opsteek
3. Dat bluffen niet altijd handig is.
4. Dat ik uitkijk naar het moment dat ik echt niet durf wat ik niet durf en echt niet kan wat ik niet kan.
Lees meer...   (11 reacties)
 
 
Ik zou bijna vergeten hoe mooi het was. De feesten en partijen en wat al niet meer. Hoe mooi het was met mijn vrienden, mijn familie, mijn oud-collega's. Het afscheid neemt je mee, maar afscheidsfeestjes blijven achter. Daar. En pas als het stof neerdwarrelt, kun je zien waar je vandaan kwam. Je zou het bijna vergeten.
 
Ik was bijna vergeten hoe mooi het was met mijn oud-collega's, ergens in juni. Hoe ik gewoon een etentje verwachtte, maar een ode kreeg. Een serenade van cadeautjes, gedichten en oprechte tranen. Een avond waarop na elk lachsalvo de Brabançonne uit een memorecordertje klonk. Een avond waarna ik thuiskwam, tussen de verhuisdozen, met het hemelse besef dat mijn collega's van mij houden. Dat was ik alweer bijna vergeten.
 
Wat ik ook alweer bijna was vergeten, was hoe het vrouwendiner, dat ik op voorhand wilde afdoen als mal feminisme, als zestigerjarengekneuter, als manonvriendelijk feestvieren, hoe dat uitdraaide op een bijzondere avond die ik zó over zou doen. Ik zou het gedicht van Herman de Coninck (klik) nog eens willen voordragen, ik zou dat lied nog eens willen zingen, dat ik had geschreven op de melodie van No woman no cry, en ik zou willen dat al die vrouwen dan weer meeneurieën. En dat ik mijn moeder dan opnieuw zie glunderen, badend in de warmte van haar vriendinnen, haar zussen, haar moeder. En ik zou dat absoluut niet willen vergeten, terwijl ik dat toch bijna deed.
 
Net zoals ik bijna vergat hoe welkom ik me voelde, toen ergens in juli alle vrienden van Yuri (klik) voor de deur stonden. Hoe Yuri mij in vertrouwen nam over mijn eigen surpriseparty, 'omdat een feestje organiseren veel leuker is met zijn tweeën'. Hoe ik dat ook vond en hoe ik vervolgens dus maar een fijne fles surprisecognac voor mezelf kocht. En hoe ik die op een zwoele zomernacht soldaat maakte met al mijn adoptievrienden in de tuin. En hoe het allemaal goed leek te komen. Dat was ik alweer bijna vergeten. 
 
En Lowlands, dat was ik ook bijna vergeten. Omdat ik de dag erna ziek werd en mijzelf pas twee dagen geleden beter verklaarde, dreigde Lowlands 2006 per direct in het mapje vergetelheid te belanden. Terwijl ik niet wil vergeten hoezeer ik onder de indruk was van de ebbenhoute punkballerina van The Noisettes, en hoe fijn het was om keihard met System of a Down mee te brullen in de Silent Disco. Ik wil niet vergeten hoeveel goede timing we hadden, waardoor we grotendeels tussen de druppels door konden lopen, ondanks de wolken die maar bleven breken. En hoe ik genoot van Muse, Dolf Jansen en een superdeluxe bananenmilkshake. Van de Arctic Monkeys, de Yeah Yeah Yeahs, van de ontbijtjes, van de usb-stick die we kregen van de nobelprijswinnaar en van mijn vriendje die zo bezweet was na DJ Shadow. In hemelsnaam! Dat mág ik allemaal niet vergeten.
 
En zo zijn er veel dingen geweest, de afgelopen twee maanden, die ik niet mag vergeten, maar die ondergesneeuwd dreigen te raken door urgente zaken als plankjes ophangen en inkomstenbronnen aanboren. Het leven mag dan nu even bestaan uit het vinden van mijn draai, uit het verkopen van een jonge, stadse professional aan de hoogste bieder en uit het schetsen van een horizon voor mezelf, maar als ik achter me kijk, met mijn rug naar de horizon, dan is het nu al meer dan goed. En dat het goed is, mag ik niet vergeten. 
Lees meer...   (10 reacties)
 
 
Mijn griep is een soort leesmap. Groezelig en plakkerig, voor elk wat wils en als het meezit houdt-ie je wekenlang van de straat. Ik heb alles gehad: droge hoest, gecultiveerde rokershoest, kriebelhoest, kotshoest, slikkeelpijn, zeurkeelpijn, pijn in de voorkant van mijn longen en achteraan, koorts, verhoging, koorts, verhoging, steken in mijn hoofd, steken in mijn been, steken in mijn borst, steken in mijn knie, steken in mijn oor, zeurhoofdpijn, hoofdpijn waarvan je misselijk wordt en een hoest waarvan je misselijk wordt.
 
Heden ben ik doof. Doof in de doofste zin des woords. Het is stil in mij. Al een dag of vijf. 'Van mij mag dat vliegtuig nou wel eens landen', dat gevoel. Ik word er zelf ook stil van. Als de wereld stil is, word ik stil. Een openbaring.
 
En ik schrik zoveel. Ik schrik van alles. De poes, de wasmachine, de stemmen op straat; ze pakken me van achteren. Pas als ze dichtbij zijn, hoor ik ze, maar dan is het al te laat. Dan ben ik al geschrokken.
 
Ik zeg niet veel meer. Zo werkt dat kennelijk: geen prikkels, geen tekst. Mijn stem snijdt door de stilte die niemand hoort. Die stem is veel te luid van binnen. 
 
Het is desolaat in mij. Geen agenda die me leidt naar beter tijden. Geen afspraken die ik kan afzeggen ten teken dat ik nog besta. Niemand die op mij wacht in de stilte die niemand hoort. 
 
Gek genoeg is het een verademing. Opnieuw beginnen is één ding, maar vanuit stilte opnieuw beginnen is pas echt opnieuw beginnen. Een luxe. Als de wereld zich in je hoofd afspeelt, is het riant keuzes maken. Zei zij stoer.
 
En toch, toch is het zo. Ik ben alleen met mezelf. In mijn hoofd. Zelfs mijn liefste komt slechts door als ik mijn hoofd schuin houd. Niets staat mij in de weg om de keuzes te maken die mij gelukkiger maken. No strings attached, in de luwte van mijn eigen twee oren. Ik kan doen wat ik wil, hoe ik het wil, zonder pottenkijkers, zonder tegengeluiden, zonder afleiding. 
 
Zo bekeken moet ik dit moment koesteren.Tegelijk doof en ongrensd zijn. Met uitzicht op een blanco vel in totale stilte. Want zodra ik werk heb, is het weg. En vrienden. En tijdverdrijf. En oordruppels. Dan is dit allemaal verdwenen.
Lees meer...   (10 reacties)
 
 
Alles wat je doet is een keuze. Dat u dit stukje leest, dat ik dit stukje schrijf, dat ik dit stukje op internet plaats, dat u na deze zin nog doorleest, dat ik na deze zin nog doorschrijf. Zo bekeken heb ik het dus momenteel razend druk met keuzes maken, op microniveau. Welnu, zet deze situatie om naar macroniveau en u krijgt een beetje een indruk van het slagveld in mijn hoofd.
 
Ik kan namelijk nu kiezen tussen:
- mijn domicilie regelen
- open sollicitaties schrijven 
- die cursus Frans regelen
- de gang opruimen 
- mijn haar eindelijk aanpakken
- een huisarts regelen 
- die e-mails eindelijk beantwoorden 
- een heleboel schrijfplannen maken 
- een cursus ontwikkelen 
- brainstormen voor columns
- de vloer bij het kattenhoekje schrobben 
- die broodnodige ultracoole, creabea-cv maken
- de was opvouwen 
- de tuin onkruidvrij maken
- het huis stofzuigen 
- een tandarts regelen
- Leuvense muzikanten zoeken 
- de logeerkamer opruimen 
- die laatste tien dozen uitpakken 
- het huurcontract eindelijk eens goed bestuderen 
- mijn ziektekostenverzekering regelen
- doorgaan met mijn schijf formatteren
- de klerenkast vullen 
- een afspraak maken voor autorijles 
- freelanceverhalen bedenken
- alsnog reageren op vacatures van B-kaliber
- nog meer adreswijzgingen sturen
- naar een interimbureau gaan 
- nog meer was doen
- een oplossing bedenken voor mijn kwaaltjes
- plannen maken voor correspondentenwerk 
- een afscheidsfeestje organiseren
- een bankrekening regelen
- de keuken opruimen 
- nog meer vacatures in andere sectoren zoeken 
- de nodige dingen aan mijn website veranderen
- een tijdschriftconcept bedenken
- mijn financiën ordenen
- netwerken
- hardlopen 
- het huis inrichten
- nog meer plankjes schilderen
- oefenen voor de opnamen van Little White T-shirt
- mijn uitschrijving in Amsterdam regelen 
 
En ga mij nou niet vertellen dat ik prioriteiten moet stellen, want ik heb de onbelangrijke dingen er heus al uitgefilterd.
Lees meer...   (24 reacties)
 
Mijn uitzicht thuis. 
 
Jarenlang was ik verknocht aan Amsterdam. Ik zou er nooit weggaan, geen haar op mijn hoofd. Maar ja, ik zou ook nooit trouwen, mezelf diep in de schulden steken en mijn eerste vriendje verlaten en dat heb ik ook gedaan, dus zeg nooit nooit. Maar goed, mijn navelstreng was verstrooid over de Amsterdamse vuilnisbelt en dat ketende me voorgoed aan die stad vast. Dacht ik.
 
Tot ik op 31 juli naar Amsterdam reisde met grote tegenzin. Toen wist ik dat de liefde bekoeld was. We zijn als goede vrienden uit elkaar hoor, dat wel, maar de grootste lol is eraf en zoals het een goede scheiding betaamt: achteraf vind je het altijd logisch dat het niet langer werkte en snap je niet dat je dat niet eerder zag.
 
Dus daar zat ik, alleen in de trein, want Yuri moest kostwinnen. Alleen op weg naar Mechelen, Antwerpen, Roosendaal, Dordrecht, Rotterdam, Den Haag, Schiphol, Amsterdam. Geen zin. Bleh. Geen pasjes (zie klik), geen brasgeld voor frustratie-repen en cappuccino om te tijd te doden. En geen Yuri. De drukte op het station bij aankomst was me een klap in het gezicht en ik prees mezelf gelukkig dat ik vooraf al had besloten een retestrakke planning te maken, zodat ik heel gauw weer weg kon en toch alles gedaan kon hebben wat ik wilde doen.
 
De planning was als volgt: 's avonds naar Amsterdam, logeren in het huis van mijn ouders die op vakantie waren, 's ochtends om half negen met mijn laatste geld koffiedrinken in zo'n koffiebar om het koffiezetapparaat van mijn ouders niet weer schoon te hoeven maken, daarna naar de Hema op de Nieuwendijk (ik vermoed dat ik bij Google inmiddels wel op 1 kom met de vermelding van dit filiaal, zie ook klik en klik), daar mijn portemonnee met geblokkeerde pasjes en vier euro vijftig ophalen, dan om half elf nog gauw even naar de dokter voor een recept, dan naar mijn oude huis om het te inspecteren (just checking the walls), daarna om half twaalf naar de notaris om het huis definitief van de hand te doen, vervolgens naar de apotheek om het recept om te ruilen tegen iets in een tubetje, dan de hele middag muziek maken met Dwarzand omdat die opnamen van Little White T-shirt er heus nog wel gaan komen en ten slotte om een uur of half acht op pad om zo om een uur of half twaalf weer thuis te zijn (merk op: thuis, dit is thuis).
 
Tot en met de huisarts ging het allemaal voorspoedig. Toen begon het regenen.
Okee, dat is een anti-climax, maar ik kan u vragen nu naar buiten te kijken en wat doet het? Juist, regenen. Nou dat begon dus op dat moment, 1 augustus jongstleden. Toen begon die bui die nu al twee weken aanhoudt. En dat vond ik toen al heel droevig, na een maand leven in lichaamstemperatuur.
 
Maar dat was niet het enige. Ik stond in mijn lege huis en na tien minuten was er nog niemand. Mijn makelaar niet en de koopster niet.
Ik belde mijn makelaar. 
'Komt-ie nog?'
'O god, ik was al bang dat dit zou gebeuren', de secretaresse van de makelaar klonk oprecht geschrokken. 'De koopster had twee dagen langer nodig om aan het geld te komen, dus de overdracht vindt pas donderdagochtend plaats.'
Fuck.
Ik zal u de rest van het telefoongesprek besparen dat was veel van hetzelfde.
'Maar ik ben er helemaal voor uit België gekomen!'
'Ja, maar wij konden je niet bereiken.'
'Dat konden jullie wel.'
'Dat konden wij niet.' 
Enzovoort, enzoverder.
 
De slotsom was dat ik twee mogelijkheden had: 1. mijn retestrakke planning doorvoeren en na een lange reis 's avonds thuis bij mijn lief klagen over het leven. Om vervolgens de dag erna weer van huis te moeten, vier uur te reizen en de dag daarna opnieuw vier uur, à raison de vijftig euri. Óf zonder geld en/of pasjes in Amsterdam blijven en mezelf daarmee minimaal acht uur reistijd, die vijftig euri en het daarbij behorende kuthumeur besparen. Ik besloot uiteindelijk tot het laatste.
 
Me erbij neerleggen dat ik in Amsterdam moest blijven viel me zwaar. Ten eerste moest ik keihard terugdenken aan mijn Lola Rennt/24-mash up in november (klik), toen ik net als mijn koopster dreigde onvoldoende geld te kunnen overhandigen aan de notaris. Ik deed er alles aan om de zaken niet in de soep te laten lopen. Nu werd ik eens temeer met mijn neus op de feiten gedrukt: ik ben niet de maat der dingen. Andere mensen doen echt vaak minder hard hun best.
 
Daarnaast waren veel vrienden en familie op vakantie en degenen die er waren moesten gewoon werken, dus echt gezellig was het ook niet. En aangezien ik pas een maand weg ben, is reüneren nog niet aan de orde. Bovendien was ik in een maand al zo gewend geraakt aan Yuri's nabijheid, dat ik hem al binnen een paar uur verschrikkelijk miste. En gepassioneerd missen, dat ken ik nu wel.
Verder is Amsterdam geen stad om zonder geld te zitten. Als je alleen bent kun je wel naar de bioscoop gaan, of naar Artis, maar dat kost allemaal geld en dat was niet voorhanden.
Tel daarbij op dat ik na die twee dagen natuurlijk alsnog het koffiezetapparaat van mijn ouders moest schoonmaken en u zult begrijpen: ik was dolblij toen ik donderdagmiddag het oude huis had overgedragen en terug naar huis kon.
 
Naar ons huis. Hier, in België. Bij Yuri. Thuis.
Lees meer...   (11 reacties)
 
En toen moest er natuurlijk gelijk een foto gemaakt worden: uit het raam bij mijn ouders, 31 juli 2006.
 
Ik had dus een visioen, ik zei het al (klik), zo'n echte. Het was een helder beeld, mooi uitgelicht op het netvlies. Een onbestemd moment van niet weten of je fantasie je herinnering parten speelt. Zo'n beeld dat ik me voorstel bij een Maria-verschijning; een foto die even voor de werkelijkheid geschoven wordt, waardoor het echt lijkt en misschien ook wel echt is.
Ik wist het niet, of het echt was. Ik zag mijn portemonnee onder de bank bij mijn ouders en ik was die portemonnee kwijt, dus dat moest een aanwijzing zijn. Een visioen.
 
Twee dagen later ontving ik die brief van de Postbank dat ik ze moest bellen (klik), waarna mij verteld werd dat de portemonnee gevonden was bij de Hema op de Nieuwendijk. Een visioen van niks dus, mijn ouders' bank staat namelijk niet bij de Hema op de Nieuwendijk.
Weer een paar dagen later ontdekte ik dat mijn fotocamera weg was. Kwijt, verschwunden, foetsie. Nou is 'kwijt' hier in huis betrekkelijk, want eigenlijk is alles hier kwijt. U moet mij op dit moment echt niet vragen waar dingen zijn, want dan wijs ik een beetje op wat dozen en dan zeg ik: zoek het verder zelf maar uit. Maar als paspoort, sleutels en geld de drie dingen zijn die je niet mag kwijtraken, dan is mijn camera nummer vier. Dus toen die zoek was, werd ik bloedzenuwachtig. Zelden heb ik zoveel foto's gezien en niet genomen, zelden heb ik zo hard gebaald dat ik iets kwijt was.
 
Weer een paar dagen later ging ik in mijn eentje naar Amsterdam. Ik moest mijn huis verkopen en logeerde in het huis van mijn ouders die op dat moment nog op vakantie waren. Toen ik uit de tram stapte en naar hun huis liep, gebeurde het: 't visioen kwam terug. Wederom met mijn portemonnee in de hoofdrol en wederom haarscherp, een soort déjà vu. Ik begon harder te lopen, voorvoelde plots dat ik daar moest zoeken.
Ik kwam het huis binnen, negeerde de kat, negeerde de post, negeerde het hele huis en stoof door naar de voorkamer. Ik knielde voor de bank bij het raam en, goddamn, daar lag dus niet mijn portemonnee, maar wel mijn fotocamera.
Toen was ik blij. Heel blij. Maar ook van mijn à propos. Want no way dus dat ik in visioenen ga geloven.
Lees meer...   (6 reacties)
 
De tuin, 20 juli 2006.
 
Wellicht is bij u de indruk ontstaan dat ik van Nederland naar België ben verhuisd, maar dat is geenszins aan de hand. Ik ben van Amsterdam naar Leuven verhuisd, en hoewel het gevolg daarvan is dat ik van Nederland naar België ben verhuisd, realiseer ik me steeds vaker dat het zinloos is te roepen dat het in Nederland allemaal anders is. In Amsterdám is het allemaal anders, inderdaad, maar in de rest van Nederland (platteland, provinciesteden) zou het best wel eens hetzelfde kunnen zijn. Ik heb geen flauw idee.
 
Ik ben een hardcore-Amsterdammer. Geboren en getogen. En hoewel ik een tijdje in Diemen woonde, heb ik het nooit zover laten komen dat ik niet meer met de tram naar de Dam kon. Uh..., hoewel, toch, een paar maanden in Roosendaal. Maar dat was maar eventjes, dit is voor lang. Besef: ik kan niet meer met de tram naar de Dam, voor lang.
 
Een Amsterdammer dus. En geen Nederlander. De dingen die mij opvallen (café's dicht op zondag, weinig openbaar vervoer, avondwinkel niet voor zes uur open - ook niet in het weekend, geen koopavonden of andere sporen van een 24-uurs-economie, monopolistische prijzen op dingen als kopspelden en kattendeurtjes, rust op straat, ietwat bekrompen moraal) zijn dingen die ik misschien ook had gedacht als ik in - pak 'm beet - Abcoude was gaan wonen.
 
Kortom: ik besef dat je een lief, snoezig stadje als Leuven niet mag vergelijken met een reusachtige mierenhoop als Amsterdam. En toch heb ik de neiging om af en toe te zeggen: 'Dat is in Nederland ondenkbaar'.
En dat is dus bullshit. In Amsterdam is van alles ondenkbaar. Dat er geen enkele geldautomaat in werking is, bijvoorbeeld, of dat je wordt gewaarschuwd door het fluitje van een agent, omdat het verboden is achterop een fiets te zitten: allemaal nauwelijks voorstelbaar. Maar in de rest van Nederland is dat misschien wel aan de orde van de dag. Wie weet.
 
Ik moet mij dus eerst en vooral ontdoen van mijn grootstedelijke arrogantie, alvorens ik mij verder kan verdiepen in die zogenaamde Vlaamse volksaard. En aangezien mijn stukje over de verschillen tussen Nederland en België zou gaan, valt gelijk mijn hele stukje in het water. U heeft dus een mislukt stukje gelezen.
 
Ik beloof u spoedig het gelukte stukje te presenteren.
(En eigenlijk had ik u al gewaarschuwd, want stukjes lukken gewoon echt niet met zo'n hoofd, klik)
Lees meer...   (16 reacties)
 
 
Mijn hoofd staat in de praktische stand. De modus van waaruit het goed regelen is. Aanpakken, dingen doen, dingen afmaken. Bed, bank, kamer, wc. Voor schrijven heb je een ander hoofd nodig. Een hoofd van contemplatie, analyse, afstand of juist nabijheid. Het hoofd voor het andere verhaal.
 
Dat hoofd mijd ik als de pest. Ik heb niks aan gezellig contempleren op het moment. Fijn dat die laatjes zo mooi zijn geworden en dat de slaap- annex kasteelkamer er zo indrukwekkend begint uit te zien, maar ik moet er niet over mijmeren, want dan komt er niets meer uit mijn handen.
 
De praktische stand daarentegen is een zegen. Mijn probleemoplossend vermogen is schier oneindig en vragen als waarom heb ik zes gaten en maar vier schroeven los ik in de huidige modus in een handomdraai op. Soms is het jammer dat de praktische stand geen aanhoudend verschijnsel is; dat je niet elke dag met hetzelfde gemak denkt: dat muurtje schilder ik wel eventjes en laten we vanmiddag even een bureau van twee bij twee bouwen. Op de een of andere manier werkt het niet zo. Tenminste, bij mij niet.
 
Na de verhuizing en het bijbehorende geklooi en geklus, komt er een moment dat alles zo goed als op zijn plek staat. Dan ga je op de bank liggen en denk je: wat is het mooooi! En dan: hop! Weg is de praktische modus. Dan begint het contempleren en dan belanden schroefjes van de lamp in de vensterbank, omdat die er eigenlijk ook nog in moeten, maar aangezien die lamp zo ook wel hangt, liggen die schroefjes er een maand later nog.
 
Dus het moment van zelfgenoegzaam rondkijken, stel ik nog even uit. Terwijl: my goodness, wat wordt het mooi. Maar ik mag er nog niet aan denken. Eerst moet ik de gordijnen in de slaapkamer nog twee extra railrollertjes geven, anders komt het er niet meer van. En dat plan van die foto's in de gang moet nu of nooit. Dat geldt eveneens voor al die plankjes die een ander kleurtje moeten krijgen. Zoiets is in de slinger van de praktische modus geen bezwaar, dat nemen we in één ruk mee. Maar je moet er toch niet aan denken dat je wél al lang en breed op de bank ligt te contempleren en dat je dan denkt: gut, ik moet die plankjes nog veertien verschillende kleurtjes geven.
 
Ik buit de praktische stand dus voorlopig nog even uit. Vanmiddag zetten we uit de losse pols even een tweedehands vijfdeurs-klerenkast in elkaar en daarna maken we en passant misschien nog even de collage van de nachtkastjes af. En morgen is er weer een dag. Eentje van netwerkjes aanleggen, gaatjes boren en peut.
 
Dus hoewel ik beloof niet meer zo lang stil te zijn, vrees ik dat mijn analytisch vermogen nog even niet de kop op zal steken. En dat mijn verhaaltjes een hoog de-katten-plassen-op-de-trap-en-de verf-droogt-met-dit-weer-onder-je-kwast-gehalte zullen hebben. So be it. Stukje bij beetje zal het wel weer komen. Dat ik op de bank durf te gaan liggen, zomaar. En een beetje om me heen durf te kijken. En durf te zeggen: wow! En dat ik dan naar u hol om samen even een robbertje te contempleren.
Lees meer...   (14 reacties)
 
 
 
Mijn afscheid komt, hoewel ruim van tevoren aangekondigd, voor velen kennelijk toch nog onverwacht. Want hoewel men weet dat ik mijn hand er niet voor omdraai om bij grote beslissingen over één nacht ijs te gaan, is men toch collectief beduusd. Ze gaat echt. En zo snel.
 
Mijn moeder klinkt de laatste tijd steeds alsof ze moet poepen als ik haar aan de telefoon heb.
'Het komt wel dichtbij hé?'
'Ja, het komt wel dichtbij.'
En ze heeft natuurlijk groot gelijk. Het komt ook dichtbij. Het verbaast me eigenlijk dat ik zelf nog niet klink alsof ik heel nodig moet poepen.
 
Maar voor mij gaat het eigenlijk nog te langzaam. Ik hou niet van laatste loodjes. Ik hou niet van langzaam wennen. Ik hou niet van al te lange voorpret, want dan vind ik het al saai voordat er daadwerkelijk iets is gebeurd. Ik hou van patsboem!
 
Mijn omgeving houdt een stuk minder van patsboem. En dat wist ik uiteraard toen ik in oktober vertelde dat ik naar België zou gaan, dus ik kleedde het netjes in. 'Ik vertrek, maar niet op stel en sprong hoor. De deadline is januari 2007 of zo.' Op zo'n gemoedelijke klop-klop-ga-maar-rustig-slapen-toon.
 
En dat deed mijn omgeving. Men ging rustig slapen. Mijn collega's, mijn familie, mijn vrienden, iedereen ging rustig slapen. Ik meen me zelfs te herinneren dat ikzelf ook nog even heb geloofd dat ik deze keer 'ns lekker rustig aan ging doen.
 
Maar no way dus. Plannen zijn er om uit te voeren en als het om de liefde gaat, heb ik altijd haast. Ik ben oud genoeg om te weten wat ik wil en al veel te oud om tijd te verliezen. 
 
En zo komt het dat mijn omgeving nu ineens lijkt wakker te schrikken. Mijn familie, mijn collega's, mijn vrienden. Allemaal lopen ze een beetje beduusd rond. Machteloos, lijkt het. En overvallen. Het nieuws dat ik in oktober bekend maakte, overvalt ze nu. Patsboem!
 
Ze gaat echt.
En zo snel.
Lees meer...   (16 reacties)
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl