zezunja.punt.nl
 
Het mysterie 
 
Toen ik vorige week verhuisdozen zocht en op marktplaats vrouwvriendelijke verhuisdozen tegenkwam, wist ik het al: dit wordt een rare week.
 
En inderdaad, het was een week van rariteiten. Ik was zo arm dat de kerkratten er geen brood van lustten, maar tegelijkertijd zag ik de winst op mijn belastingformulier stijgen tot recordhoogte. Ik ben niet goed wijs dat ik stem op partijen die de hypotheekrente-aftrek ter discussie willen stellen, maar dit terzijde. Maandag vertelde mijn makelaar me ook nog dat mijn huis in anderhalf jaar tijd ongeveer 17 procent meer waard is geworden. Halleluja. Het recyclen van peukjes uit de asbak gebeurde de rest van de week met opgeheven hoofd.
 
Verder namen we een beslissing over de band. De band heet voortaan het project en het project moet af. Dat wil zeggen: we maken van elk nummer een pareltje, we nemen het op en het is klaar, gedaan, af, finished. Dan is het goed. En als het inderdaad goed is en het zijn eigen weg vindt naar project-plus, dan zien we wel weer verder.
 
Het was een gekke beslissing, want natuurlijk wil ik meer, groter en beroemd. Maar de omstandigheden staan drie jaar toeren langs Sint Oedenrode, Heiloo en Klundert niet toe. Het moet nu gebeuren en anders niet.
 
Ook gek waren de stoepkrijttekeningen voor mijn deur. En voor de deur van de buren. En om de hoek. En op de Van Wou. En acht straten verderop. En overal. En niet te vergeten: elke dag verse. Elke dag tientallen nieuwe tekeningen. Overal waar ik keek.
 
Volgens de kabelkrant was er sprake van een 'groot mysterie'. De stoepkrijters waren 'geen kinderen, wegens de filosofisch getinte teksten bij de tekeningen'. Ook waren de tekeningen te mooi om door kinderen gemaakt te zijn. Maar wie er wél schuilging achter het oeverloze gekrijt, was een heus 'groot mysterie'.
 
Flutjournalistiek van de bovenste plank, want googelen op stoepkrijt en pijp levert de oplossing van dit mysterie in de bovenste vijf hits (klik). Niettemin geloofde ik mijn kabelkrant in eerste instantie en liep ik dus dagen rond met het idee dat er een spannend mysterie gaande was in de Pijp. Heerlijk. Maar wat een rare week.
 
Zo verloor ik ook een stukje van mezelf deze week. Ik sneed in mijn vinger en ik kwam op het briljante idee om te kijken of er niet een stukje vinger op de snijplank lag. En jawel, tussen de plakjes gele appel lag een plakje roze appel. En zo voorkwam ik een gruwelijke vorm van kannibalisme, slechts weggelegd voor solipsisten (klik).
 
Kortom: het was zo'n week dat de makelaar zegt: 'Wat heb je het hier mooi opgeknapt.' Terwijl je nooit iets aan het huis hebt gedaan.
Het was zo'n week dat je per ongeluk naar Schoondochter gezocht kijkt en dat je vanaf de dertigste minuut beelden ziet die je nooit meer zult vergeten.
Het was zo'n week dat je veertien tassen en dozen inpakt en dan ergens een reiswekker hoort afgaan.
Het was zo'n week waarin je op internet vrouwvriendelijke verhuisdozen tegenkomt en besluit dat je alleen vrouwonvriendelijke verhuisdozen wilt. Vrouwvriendelijke verhuisdozen zijn namelijk watjes.
En omdat men mijn kapsel vandaag 'Oud-Hollands' noemde, verwacht ik spoedig opnieuw zo'n week. 
 
(De bewuste uitzending van Schoondochter gezocht is nog tot donderdag te zien op uitzendinggemist.nl. Wacht niet, want zo bizar worden ze niet vaak gemaakt, klik)
Lees meer...   (9 reacties)
 
 
Wat de afgelopen dagen zoal raar rook:
  • Belgisch leidinggas
  • de geblakerde stoelpoot die nét niet in de fik vloog
  • de koeien in Zuid-Holland
  • het bakje vanillevla met perzik dat na drie dagen kamertemperatuur in de poes verdween
  • mijn lief, omdat-ie drie keer per dag in bad ging
  • de slaapzak met Lowlands-verleden
  • de kachel in lijn 4
  • de slaapkamer, nadat de de katten daar een dag lang hadden gevierd dat de muizen van huis waren
  • de spiegelbol die bleek te kunnen smelten
  • het bakje Play-Doh dat je gratis kreeg bij een pak Kiri - de geur van jeugdsentiment
  • de dreadlock die -een wilde gok- in de pastasaus met knoflookkaas heeft gehangen
  • mijn huis, na vijf dagen leegstand
Lees meer...   (5 reacties)
 
InWear-reclame klik 
 
Dagelijks kijkt ze me aan. Op de tramhalte. Een beetje als vroeger. Als in de gemene tijd.
Ik hoor de klas weer lachen.
Ik kwam binnen, Viola (klik) stond op een tafel, mijn tas lag voor haar op de grond. Hoe vaak ze er al op was gesprongen, weet ik niet. En dat er alleen maar van die onbreekbare geodriehoeken inzaten, doet er niet toe. Het gelach van de klas hoor ik nu nog.
Dertien waren we. Dat was haar gemene tijd. En de mijne, vermoedelijk.
Eenmaal op vijftien aanbeland gaven we de wedstrijd wie-heeft-de-grootste-bek-van-de-school op. Onze aardige tijd brak aan. We logeerden bij elkaar, gingen naar feestjes, zongen en zwijmelden dat het een lieve lust was.
Daarna verloren we elkaar uit het oog. Voorgoed.
Tot soms. Op de tramhalte. Nu zelfs dagelijks. Dan zie ik haar. Soms in bikini, dan zie ik de adertjes op haar hand en dan denk ik aan vroeger. Zwemmen, gymen, kleren ruilen.
Of ze lacht naar me. Dan zie ik haar tanden, een merkwaardig charmant fietsenrek. Uit duizenden.
Maar soms zie ik haar blik. Die uit de gemene tijd. En dan hoor ik de klas weer lachen.
Lees meer...   (15 reacties)
 
Ik zat op de plee. Hing een beetje naar de verfdruipers te kijken die iemand 35 jaar geleden op de wc-deur maakte. Ik ken die verfdruipers door en door. De test Teken de verfdruipers van de wc-deur in uw ouderlijk huis zo waarheidsgetrouw mogelijk na zou ik glansrijk afleggen. Evenals de tests Teken de scheuren in het behang/de koplampen die over het plafond trekken/de vlekken op de vloer van het portiek zo waarheidsgetrouw mogelijk na. Maar dit terzijde.
Ik hing daar een beetje te hangen, hoofd tussen mijn knieën, schoenen bungelend onder mijn kin. Als vroeger. Grotere schoenen, maar toch. Als vroeger.
Ik hoorde mijn ouders praten. Ook dat was als vroeger. Mijn ouders die natafelen. Ik zit op de wc en ik luister af.
Natafelconversaties zijn de beste. Om af te luisteren dan. Dan wil er nog wel eens wat knallen. Wijn erbij en hoppa, moeilijke gesprekken, soms zelfs gedoe met huilen en zo. Maar ook de roddels, de smeuïge verhalen, die komen op een vrijdagavond bij het laatste restje uit de fles.
 
- '...dus ik zei als het echt wat wordt, wat dan?... ja, zei ze... dan is het: ik weg en lijden of hij weg en lijden of allebei weg en een beetje lijden..., nou toen zei ik: daar was ik al bang voor...'
 * '....'
- '...dat zou ik vreselijk vinden... zeker als er kinderen komen...'
 
Ze hadden het over mij.
Net als vroeger greep ik in. Vanachter de pleedeur baste ik: 'Hee, jullie hebben het over mij.'
 
- '... ja...'
 
Net als vroeger had dat geen enkele zin. Sterker, net als vroeger praatten ze geamuseerd nog iets luider door en werd de strekking van het verhaal scherper.
 
- '... twee van de drie mogelijkheden zijn weg bij mij... mijn dochter! ...nee, dat zou ik helemaal niet leuk vinden...' , vervolgde mijn moeder pathetisch.
 
Ik begon haast te maken. Net als vroeger. Zo vanachter die wc-deur de goede zaak verdedigen, had geen schijn van kans. Ik liet de verfdruipers voor wat ze waren en probeerde mij met spoed te fatsoeneren.
 
Toen hoorde ik mijn vader.
* ' Nou, Zez, ik vind het helemaal niet erg. He-le-maal niet. '
 
Waarop het er, net als vroeger, niet meer toedeed wat mijn moeder nog sputterde. Mijn vader was mijn bondgenoot. Nog voordat ik mijn riem kon dichtgespen was het pleit beslecht. Twee tegen een. Hartstikke eerlijk.
 
Vroeger had ik mijn vader waarschijnlijk zingend bedankt. Met een ter plekke bedacht melodietje. Ik zong vroeger namelijk altijd alles.
Maar nu deed ik dat niet. Dat leek me te irritant voor het moment.
Lees meer...   (8 reacties)
 
 
Alles bij elkaar waren we van die zeseneenhalf jaar ongeveer twee jaar op vakantie. Ik en de man die mijn ring droeg. Tienduizenden kilometers door Europa. Voeten op het dashboardkastje en tuffen maar. 
Daarbij ontwikkelden we talloze rituelen. Bepaalde vrachtwagens brachten meer geluk dan andere, het luchtbed moest altijd als laatste ingepakt en elke reisdag begon met hetzelfde muziekje. Elk jaar een ander muziekje, dat wel, maar gedurende één reis begon elke autorit met één en hetzelfde deuntje. 
 
In 2001 was het Believe van K's Choice (klik). Van Coimbra tot Barcelona: uit ons autoraampje klonk onandonandonandonandon.
Twee jaar later, 2003, was Omaha van de Counting Crows (klik) onze vaste begintune. De dag was niet goed als dat bandoneonnetje niet door de lanen van Salamanca had geklonken en de zin I'm coming home today ons niet had begeleid bij het verlaten van de straten van Lissabon.
 
Maar het jaar ertussen, in 2002, liep het anders. We trokken bijna twee maanden door Italië en in het begin van de vakantie hadden we helemaal geen supportact. We deden maar wat, zetten gewoon lukraak een muziekje aan. Tot we in vrijwel elke stad waar we waren een geinig liedje hoorden. Niet Italiaans, onduidelijk wat dan wel (grotendeels Spaans, maar verder?). En vooral zomers en exotisch. Van de Italiaanse Riviera tot Florence klonk dat liedje en toen we eenmaal in Triëst, het oostelijkste puntje van Italië, aankwamen, konden we het woord voor woord meemummelen. We hadden nog steeds geen flauw idee welke taal we mummelden, maar fonetisch kwamen we al een heel eind.
In een wilde bui en na ettelijke grappe lieten we ons in de straten van Venetië verleiden tot het aanschaffen van een illegaal ceedeetje van ons exotische huppelliedje. Daarmee hadden we voor de rest van de vakantie een geslaagd voorprogramma. Vonden we zelf. Zuid-Europeser kon bijna niet en dat sloot weer aan bij de temperaturen waar we in onze airconditioningloze auto mee te kampen hadden.
 
Zo kwam het dat we dag na dag heel hard ý la rossa ý la cantaaaaaaa krijsten, terwijl we optrokken en de eerste warme wind van die dag door het open raampje voelden komen. Zo ging dat toen we Udine verlieten, Lignano de Sabbiadoro, Aix les Bains, Alluy, Brussel.
We vonden dat we een goed souvenir hadden gescoord. Onze platenkast was weer aangevuld met inheemse muziek, dachten wij. We zouden onze vrienden thuis eens trakteren op een flinke scheut zomergevoel. Muziek die niemand in Nederland kende. Dachten wij. Muziek die zo exotisch was dat iedereen zou zeggen: 'Wat grappig zeg, hoe kom je in godsnaam aan zoiets?' We vonden onzelf dus een hele pief dat we van die obscure Zuid-Europese muziek mee naar huis namen. Zo'n raar huppelliedje, waarvan de oorsprong onduidelijk was.
 
We bleven in die illusie tot we vlakbij Antwerpen reden en de Nederlandse radio weer konden ontvangen. De een of andere Radio3-schreeuwlelijk hielp ons op hardhandige wijze uit de droom. 'En dan nu dé zomerhit van dit jaar. Op veel plaatsen in Europa staat-ie al op nummer één. Deze week ook in Nederland. De Ketchup Song.'
We hoorden de eerste tonen van het liedje en waren verbijsterd. We keken elkaar aan en zeiden niks. We constateerden in stilte dat er zelfs een Engelse versie (Spanglish noemen ze het zelf) van het nummer was.
 
De rest van de reis naar huis hebben we alleen maar gelachen.
Het obscure Zuid-Europese liedje dat we als uniek, authentiek en zeer inheems beschouwden, bleek een commercieel projectje waar we met open ogen ingetrapt waren.
Sliep uit.
 
Voor de Spaanse versie: klik hier
Lees meer...   (6 reacties)
 
 
Het was een dag van Punica Oase en loloballen. Van gehaakte lopers op de piano en cactussen voor het raam. Van Koot en Bie en de Blauwe Geruite Kiel. Een dag van ouderwetse dingen.
 
Zo was daar mijn schoeisel. Ik stuitte van de week ineens op de Vans die ik in 1987 kreeg van de vriend van mijn zus. Hij schonk me zijn skateboard en het leek hem erg stoer als ik daarbij ook zijn Vans aandeed. Ik had grote voeten voor mijn leeftijd en wilde maar wat graag stoer zijn, dus zo sloegen we twee vliegen in een klap. Vandaag leek mij een goede dag voor wat stapjes in het verleden. En, goodness, ze zitten ouderwets lekker.

Voorts kreeg ik een lijstje uitslagen van het vak Interview in mijn postvak dat getypt was op een typemachine. Jawel, u leest het goed, een typemachine. Eentje in de meest mechanische zin des woords. Met hamers, linten en belletjes. De namen van de studenten dansten vrolijk over wat een rechte lijn had moeten zijn en zo hier en daar zag je dat het hamertje zich met volle overgave tegen het papier had gestort, zó vet en dik was de punt boven de i.
Ik vond dat mooi ouderwets. Je hebt ook lelijk ouderwets. Dat was dit niet. Dit was hooguit wereldvreemd ouderwets. Maar de docent in kwestie staat erom bekend nog alles in wp 5.1 te tikken, dus echt heel verrassend was zijn nostalgische aanpak nou ook weer niet.
 
En dan was daar de conducteur. Of nee, ik moet zeggen: en dan was daar mijn ouderwetse wisseltruc op station Utrecht Centraal. Stelt u zich een moeie en/of haastige en/of dronken en/of verstrooide en/of geanimeerd pratende Zezunja voor. Het is 1994 en er dient elke dag ge'OV-kaart te worden van Amsterdam naar Utrecht en terug.
In Utrecht is de situatie als volgt. Om kwart voor en kwart over gaat de trein naar Amsterdam op perron 5 en rond het heel en het half gaat-ie vanaf spoor 7. Deze perrons liggen naast elkaar. Op het andere spoor vertrekt op diezelfde tijden ook een trein. Steevast de andere kant op. U voelt 'm al aankomen: onoplettende Zezunja's met een bijzonder gevoel voor links en rechts belanden meer dan eens in Rotterdam Alexander.
Deze keer was het Woerden. Niettemin was het ouderwets kut.
 
En dan die conducteur. Ouderwets fatsoenlijk. Oftewel: hij geloofde me. Mijn wisseltrucverhaal. Als vroeger altijd alles beter was, dan ga ik er vanuit dat dat heel ouderwets is. Ik mocht van hem gewoon via Woerden naar Amsterdam en hij schreef heel ouderwets met een pennetje een lange brief aan zijn collega achterop mijn treinkaartje, zodat de collega in de volgende trein mijn wisseltrucverhaal ook zou geloven. En warempel: die geloofde het ook. Zo kwam het ouderwets goed. Wat wel een beetje jammer was, was dat ze geen rond gaatje in mijn kaartje maakten.
 
Terwijl ik treinde, las ik de docentenhandleiding van Verhalend Schrijven nog eens door. Ik trof daar een pagina uit 'Het beloofde land' van Adriaan van Dis. Dat stukje stond ook in de reader van Stilistiek toen ik studeerde. Al turend over het landschap van 2005 zag ik mezelf turen over het landschap van 1994. Vermoedelijk las ik het stukje toen ook in de trein. Ik besloot maar ouderwets te blijven turen. Over het ouderwetse landschap van vandaag.
 
Ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan. Over oude mensen en dingen die voorbijgaan, die allemaal nog in mijn telefoon staan en die ik in de regenpakregen langs zag komen. En de herinnering die ik plotseling had aan het meisjesblad Club uit de jaren tachtig en aan beslagen brillenglazen en aan de piepjes voor het radionieuws.
Maar ik laat het hierbij, u mag verder gaan.
 
Het was een ouderwetse dag vandaag.
Lees meer...   (5 reacties)
 
 
Voor de broodnodige afwisseling: tragiek voor de lol.
"I'll try again next year."
 
Take a trip down Memorylane en klik.
Valt er hier tenminste eindelijk weer eens wat te lachen.
Lees meer...   (17 reacties)
 
 
Dat ik begon met roken, was geen toeval. Hoewel ik redelijk intitiatiefrijk door het leven banjerde, was ik ook een volbloed meeloper. Als ik iets kon doen waardoor anderen mij stoer vonden, deed ik het. En misschien zit ik stiekem nog steeds wel zo in elkaar.
 
Mijn beste vriendinnetje en ik waren op vakantie (zo ging dat toen: de categorieën 'beste vriendin', 'een na beste vriendin' en 'twee na beste vriendin' vierden hoogtij in die dagen). We trokken met haar ouders door Zuid-West Europa en belandden in El Ferrol aan de Spaanse noordkust. We sleten onze tijd met rondhangen in zwembaden en de plaatselijke jeugd bestuderen. Op afstand welteverstaan. Ons Spaans was niet toereikend voor heusche vriendschappen en als dertienjarigen vonden we een heleboel toch ook wel heel erg eng.
 
Zo ook 'het huisje'. In de buurt van de camping stond een bouwvalletje waar de El Ferrolse dorpsjeugd wat bij elkaar klitte. Wij vonden dat huisje eng. En die jongeren ook. Heel eng. Op een afstandje loerden we naar die veertien- en vijftienjarigen. Woei, wat vonden wij die al oud, stoer en eng. 
Op een dag trokken we onze stoute schoenen aan. Zodra de dorpsjeugd haar hielen lichtte, namen wij uiterst dapper polshoogte in het huisje. Er lag veel afval. Bouwafval, lege ijspapiertjes, colablikjes, lollystokjes en een tasje.
Dat tasje speelt een sleutelrol. Als dat tasje er niet was geweest, was ik misschien pas veel later begonnen met roken. En er is zelfs een kleine kans dat ik dan helemaal niet had gerookt. (Nee, dat klinkt eigenlijk helemaal niet aannemelijk, maar ja.)
 
Hoe dan ook: dat tasje was er wel. En in dat tasje zat een hele slof Ducados. Dat zijn vieze, zware, serieus te nemen, Spaanse sigaretten voor een geoefende roker. Wat een vondst. We hadden ze betrapt. De El Ferrolse dorpsjeugd rookte stiekem en wíj hadden ze betrapt!
We wilden geen seconde langer in dat huisje zijn, want we waren doodsbenauwd dat iemand zou ontdekken dat wij op hun geheim waren gestuit. We gapten twee pakjes mee, maakten dat we wegkwamen en waren de rest van de dag vol van het resultaat van ons speurwerk. Na drie dagen verlieten we El Ferrol. We stopten de pakjes sigaretten ver weg in onze tas en dachten de rest vakantie niet meer aan het huisje en de vondst.
 
Na de vakantie stonden we voor de school. De twee W's kwamen op ons af. De twee W's waren twee jongens op wie iedereen verliefd was. Was je niet op de één verliefd, dan was je 't wel op de ander. Zo ging dat. De twee W's vroegen of we een fijne vakantie hadden gehad en wij, die de hele vakantie over de twee W's hadden geouwehoerd, knikten bevestigend en vonden het hyper stoer dat de twee W's aandacht voor ons hadden.
'Roken jullie?', vroegen de twee W's?
'Ja hoor', zeiden wij. Wat raar was, want wij rookten niet, hadden zelfs nog nooit gerookt. We vonden roken vies en waren beiden nog in de fase dat we onze ouders vervloekten als ze rookten.
Maar alsof we het hadden afgesproken, zeiden we dus: "Ja, wij roken."
"Zullen we dan morgen in de tweede pauze samen roken, onder het poortje", stelden de twee W's voor.
"Ja", piepten wij met ingehouden hartstocht.
Toen ze weg waren, barstten we in juichen uit.
 
We hadden alleen één klein probleempje: we rookten niet. Dat moesten we dus in minder dan 24 uur zien te leren. We spoedden ons naar huis. Deden daar de gordijnen dicht, want de buren zouden wel eens aan onze ouders kunnen vertellen dat ze ons hadden zien roken. We zochten de pakjes Ducados erbij en staken de hens in twee sigaretten.
Getverdegetverdegetver. We sloegen zowat tegen de grond van duizeligheid, we vonden het vies, we vroegen ons af waar we in godsnaam aan begonnen en we maakten ze subiet uit.
 
Maar zoals het echte meelopers betaamt: de volgende dag stonden we in de tweede pauze te roken. Onder het poortje. Het was even doorbijten, maar het lukte.
Wat waren we gelukkig.
 
Gek genoeg is het met de twee W's nooit wat geworden, maar ik ga maandag wel mijn zoveelste stoppoging doen.
 
To be continued. 
Lees meer...   (16 reacties)
 
 
Door Merels 69e fietslogje moest ik ineens denken aan de gek en mijn vader.
De gek die een tijd lang Watergraafsmeerse fietsers terroriseerde. Hij strooide altijd honderden kopspijkertjes uit over tientallen meters fietspad. Vooral het fietspad omhoog naar het Amstelstation was een favoriete strooiroute van de onverlaat in kwestie.
En mijn vader die, als ik me niet vergis, op zijn dooie akkertje al die kopspijkertjes van het fietspad afhaalde.
Wat een geduldig werkje moet dat geweest zijn.
 
Ik ben een kind van mijn vader, maar op dat geduldsgen is toen ik in elkaar werd gefabriekt duidelijk beknibbeld.
Lees meer...   (14 reacties)
 
 
Een fenomeen dat mij vroeger altijd teisterde is een lamme hand of een lamme arm.
Als iemand mij toen had verteld dat ik nog meer zou gaan schrijven, maar dat ik nooit meer een lamme arm zou hebben, had ik het niet geloofd.
U wel? 
Lees meer...   (6 reacties)
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl